Bijna
drie jaar geleden kwamen wij er achter dat onze oudste zoon drugs aan verslaafd
was. Hoe wij er achter zijn gekomen heb ik op papier gezet. Enerzijds voor ons
zelf en anderzijds misschien voor anderen. Misschien herkennen zij er iets in
alhoewel het wellicht te bizar voor woorden is.
Hoe
ging het in dat voor “donkere” jaar 2005.
In
het voorjaar kwam hij in de ziektewet want hij raakte zijn stem kwijt. Volgens
hem had de huisarts gezegd dat dit kwam door het stof in de fabriek waar hij
werkte.
In
de zomer vertelde hij dat hij inmiddels behandeld werd in het Utrecht Medisch
Centrum want er zou een tumor aan zijn long geconstateerd zijn. Dan begint als
familie een echt zorgelijke periode te ontstaan.
Aangezien
hij in die periode ook last van zijn knie kreeg liet hij daar ook gelijk naar
kijken. Een aantal jaren daar voor was daar een kiste verwijderd. Al snel
vertelde hij dat in zijn knie ook een tumor zat. Deze werd ingespoten om te
proberen hem te verkleinen zodat hij makkelijker te opereren zou zijn.
Een
kleine maand later vertelde hij dat het UMC hem door verwezen had naar het
Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. In Utrecht konden ze hem niet
verder behandelen en het AvL was gespecialiseerd in het behandelen van kanker.
Hij noemde een naam van de specialist die hem behandelde.
Hij
had ook al langere tijd diverse plekken op zijn lichaam. Vieze wonden over zijn
hele lichaam. Volgens de artsen zou dit een schimmel zijn die versterkt werd
door de prednison die hij gebruikte. Er moest eerst duidelijk zijn wat die
schimmel precies was en welke bacterie daar verantwoordelijk voor was. Pas dan
kon hij geopereerd worden aan zijn tumoren.
Al
die tijd mochten wij als ouders niet mee naar het ziekenhuis. Steeds was er wel
een kennis die hem reed maar hij hield ons wel steeds op de hoogte.
Echter,
langzamerhand begon er bij ons twijfel te bestaan. Zou het verhaal echt waar
zijn.
Op
een vrijdag hadden wij een gesprek met onze wijkouderling en vertelde hem over
onze twijfel. Hij drong er bij mij op aan om te gaan bellen. Er moest een einde
aan de twijfel komen want wij gingen er langzamerhand stuk aan.
Toen
ik het AvL belde bleek de specialist die hij genoemd had niet te
bestaan. Uit het gesprek wat ik had met een mevrouw van het AvL maakte
ik ook op dat mijn zoon daar ook niet bekend was. Het enige wat wij ons
toen af konden vragen was wat er toch aan de hand zou zijn. Waarom
vertelt hij deze leugen, want dat bleek het inmiddels wel te zijn.
In
de loop van de middag belde ik mijn zoon op. Hij zou die middag weer
meer horen
van de arts. Hij vertelde dat hij maandag in het AvL moest komen. Even
twijfelde ik of ik hem moest zeggen wat ik inmiddels wist. Maar ik
belsoot nog even zijn spelletje mee te spelen. Ik drong er
op aan dat ik met hem mee wilde en mee ging. Na enig tegensputteren
ging hij
akkoord. Hij moest er om 10.40 uur zijn en wij spraken af dat ik om
09.45 uur
bij hem zou zijn.
Maandagmorgen
belde hij mij om even na acht uur op en vertelde dat hij zich in de dag vergist had.
Hij moest niet die dag maar de volgende dag komen.
Hij
wist niet dat ik de hele week vrij was en ik zei hem dat ik dan de volgende dag
mee ging.
Moet
je niet werken dan, zei hij. Neen, ik ga met je mee. Zelfde tijd.
Toen
ik om 12.30 uur bij hem thuis kwam lag hij nog in bed. Ik drong er op aan dat
hij zich snel aan moest kleden wilden we nog op tijd in het ziekenhuis zijn.
Toen
hij zich aangekleed had zij hij dat hij net een sms'je had gekregen dat hij
eerst via de huisarts naar de dermatoloog moest om de plekken op zijn lichaam
te laten behandelen.
Toen
ik hem vervolgens vroeg of de kanker wel bestond en er niet een ander probleem
was bekende hij dat hij het verhaal verzonnen had. Vervolgens ging hij naar
zijn slaapkamer. Ik heb hem even daar alleen gelaten en ben er toen ook heen
gegaan. Hij
lag te huilen op zijn bed en toonde duidelijk spijt van de leugen die hij
verteld had.
Hij
liet mij toen een base pijp zien en vertelde dat hij basecoke gebruikte. Mijn
wereld stortte in. Dit kan niet waar zijn.
Hij
vertelde een tussenpersoon te zijn en dit verhaal naar zijn omgeving opgehangen
te hebben om eens soort medelijden te wekken. Zijn omgeving zou dan wat milder
tegenover hem staan want hij stond bij de nodigen in het krijt.
Toen
ik hem vroeg waarom hij “gebruikte” kwamen de verwijten. Wij zouden te weinig
voor hem klaar gestaan hebben. Hij kon nooit met ons praten en als hij wilde
praten zouden wij nooit “thuis” hebben gegeven. Ook zijn vroegere werk kreeg
nog een duit in het zakje. Kortom zijn verslaving was veroorzaakt door al het
verkeerde om hem heen.
Het
lag in ieder geval niet aan hem zelf. Hij was het slachtoffer.
Ik
heb hem gezegd dat ik naar mijn wereld nu het echte verhaal moest vertellen.
Hij smeekte mij haast dat niet te doen. Zijn wereld mocht niet weten dat het
hele verhaal een grote leugen was.
Wij
konden echter niet mee gaan in zijn wereld. Zijn moeder en broers en
schoonzusters waren verbijsterd toen ik hen vertelde wat ik aangetroffen had.
Mijn
vrouw, zijn moeder, had de zelfde twijfel als ik over zijn verhaal. Maar
niemand verwachtte dat het gebruik van drugs hier achter zat.
Ik
heb hem geadviseerd direct contact op te nemen met zijn huisarts om zich te
laten behandelen. Alleen dan kon hij geholpen worden.
Volgens
hem was de oplossing vertrekken en ergens anders opnieuw beginnen. Als hij uit
de drugswereld weg is kon hij er vanaf blijven. Ik geloofde hier niets van.
Deze
mensen weten hem elders ook te vinden en ergens anders weet hij “dat spul” weer
te vinden.
Ik
wilde om hem heen blijven staan en dat wilden wij allemaal. Maar meer konden
wij hem niet helpen. Hij moest het zelf doen.
Geld
zou ik hem niet meer geven en ook zijn broers waren niet van plan hem nog maar
een cent te lenen. Alles wat we hem de afgelopen jaren geleend habben is nooit
terug gekomen. Van ons niet en van zijn broers niet. Waarschijnlijk heeft hij
alles gebruikt om te voorzien in zijn behoefte.
Inmiddels
wist ik dat hij naar zijn omgeving het verhaal van de kanker bleef volhouden.
Voor
ons was nu de tijd aangebroken om iedereen te vertellen van zijn leugen en zijn
gebruik. Vrienden, familie, clubs, de kerkelijke gemeente, mijn werk. Iedereen
wist van zijn kanker en leefde met ons en met hem mee. En nu moesten we met een
soort (plaatsvervangende) schaamte vertellen van de leugen. Dat doet erg veel
pijn. Maar gelukkig werd ons door niemand een verwijt gemaakt.
Door
onze geschiedenis hadden wij lang God achter ons gelaten maar in 2001 heb ik
ingezien dat ik niet zonder de hulp van God, onze Vader kan.
Dat
is weer een heel ander verhaal.
Maar
door het feit dat wij het geloof niet meer hadden beleden vanaf dat onze
kinderen nog klein waren wilden de jongens niet meer in God geloven. Althans
naar ons toe niet. Ik hoop en bid dat er toch iets van hun jonge jeugd is
blijven hangen en zij inzien dat er voor hun een Vader is die voor hen wil
zorgen.
Ook
onze oudste zoon gelooft niet meer. Toen ik met hem de bewuste dinsdag heb
gepraat heb ik hem gevraagd te bidden om hulp. God is er ook voor hem. Hij zei
niet te geloven in een God maar wel in “iets” hierboven. Hoe je Hem noemt vond
ik op dat moment niet erg. Maar wendt je wel tot Hem.
Ik
hoopte alleen maar dat hij het oprecht zou doen.
Ik
zie uit naar de dag dat hij “schoon” is en ik hem weer in mijn armen kan
sluiten.