TRIPMIDDELEN!
Wat is het?
Tripmiddelen zijn drugs. Ze veroorzaken onder andere hallucinaties. Dat betekent
dat ze de waarneming van de zintuigen veranderen. Officieel worden ze dan ook
'hallucinogenen' genoemd. De natuur maakt tripmiddelen: ze zitten in de huid
en urine van bepaalde padden, in sommige soorten paddestoelen en in sommige
cactussoorten, zoals de peyote. Ook in veelgebruikte kruiden als foelie en nootmuskaat
zitten hallucinogenen, maar de hoeveelheid is zo klein dat hun effect niet te
merken is. Daarnaast worden tripmiddelen in laboratoria gemaakt. Het bekendste
voorbeeld daarvan is LSD.
Om
welke stoffen gaat het?
Bij LSD gaat het om d-lysergzuurdiethyl-amide. Dat is een chemische stof, die
wordt gemaakt door een bepaalde schimmel in een laboratorium chemisch te bewerken.
LSD is kleurloos en het ruikt en smaakt nergens naar. Bij paddestoelen, het
meest gebruikte natuurlijke tripmiddel, is de werkzame stof psilocybine. Die
zit in meer dan 20 verschillende soorten paddestoelen. Bij de peyote-cactus
gaat het om mescaline.
Wat
doen ze?
Een tripmiddel versterkt bestaande emoties en verandert de beleving van tijd
en ruimte. De gebruiker krijgt hallucinaties: hij ziet en ervaart dingen die
er niet zijn (maar voor de gebruiker zijn ze echt). De versterking van emoties
kan heel hevig zijn. Een prettig gevoel kan zich ontwikkelen tot een extase.
Angst kan ontaarden in paniek. Maar het is van tevoren niet te voorspellen,
hoe de gebruiker die emoties zal ondergaan. De effecten van een tripmiddel kunnen
terugkomen, zonder dat er direct daarvoor gebruikt is. Zo'n 'flashback' kan
zich maanden en zelfs jaren later nog voordoen. De lichamelijke effecten van
tripmiddelen zijn niet zo groot. In paddestoelen en de peyote-cactus zitten
echter ook nog andere stoffen. Deze kunnen misselijkheid en braken veroorzaken.
Wat
is een 'trip'?
Effect en aard van de trip worden bepaald door het soort middel, de dosis en
de stemming en omgeving van de gebruiker. Ook het gewicht, de maaginhoud en
de lichamelijke conditie van de gebruiker spelen een rol. Gewoonlijk begint
de trip een half uur tot een uur nadat het middel ingenomen is. Bij LSD is daarvoor
maar heel weinig nodig, 100 á 150 miljoenste gram is een gebruikelijke dosis.
De piek van de trip komt 2 tot 3 uur later. Na 8 tot 10 uur is hij voorbij.
Er zijn ook varianten waarbij een trip wel 24 uur kan duren. Een voorbeeld hiervan
is het middel DOB, dat overigens niet zo veel voorkomt. Een enkele keer duikt
het op in het uitgaanscircuit. De gebruiker denkt dan doorgaans dat hij XTC
heeft gekocht. Bij paddestoelen is de trip meestal minder hevig en varieert
het effect met de ingenomen hoeveelheid.
Wat
voelt de gebruiker?
Uit de beleving van gebruikers valt het volgende te noteren. Gehoor, reuk en
gevoel worden intenser. Ze kunnen zelfs in elkaar overlopen: muziek wordt gezien,
een foto gehoord, kleuren geroken. Soms stralen voorwerpen licht uit en gaan
dingen die normaal stilstaan, bewegen. De tijd kan vertragen of helemaal stoppen.
De waarneming van ruimte verandert. Gevoel en beweging kloppen niet meer met
elkaar en de gebruiker ervaart dat zijn gedachten heel helder zijn. Gedurende
de trip wisselt de kracht ervan. Meestal kan contact met de werkelijkheid behouden
blijven. De gebruiker beseft dan, waar de effecten die hij ervaart vandaan komen.
Soms kan dat besef helemaal verdwijnen. Dan kan een gebruiker in een trip gevangen
raken. Dit kan zeer angstaanjagend zijn en tot paniek leiden. Met name als de
trip niet goed valt en de ervaringen eng en bedreigend zijn.
Wat
zijn de risico's?
Tripmiddelen zijn niet ongevaarlijk.