za 12 apr 2008, 05:30
door Jan Colijn
ENSCHEDE - Een joint blijkt gelijk te staan aan 1,1 promille alcohol
in het bloed. Dat is voor verkeersdeelnemers ruim tweemaal de toegestane
hoeveelheid (0,5 promille).
Voor beginnend automobilisten en motorrijders geldt
de eerste vijf jaar na
afgiftedatum van het rijbewijs zelfs een maximum
van 0,2 promille.
Deze regeling is ook van kracht voor brom- en
snorfietsers tot 24 jaar.
Dit heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vastgesteld in een
onderzoek naar de effecten van cannabis in het verkeer. ,,We zijn behoorlijk
geschrokken van de uitkomsten van dit onderzoek. Vermoedelijk heeft het ermee
te maken dat de werking van cannabis de afgelopen jaren steeds sterker is
geworden", aldus woordvoerder Jan Camphuis van de politie Twente.
Aanleiding voor het onderzoek vormen de grootschalige drugstesten die de
politie Twente regelmatig houdt. Er worden vooral politieacties gehouden in het
grensgebied, waarbij jongeren die gaan stappen in de Duitse megadiscotheken
worden gecontroleerd. Verdachte autobestuurders worden er door een drugsexpert
uitgepikt, waarna op het politiebureau een bloedproef wordt afgenomen.
Opmerkelijk
Naar aanleiding van deze bloedtesten heeft het NFI een rapport opgesteld waarin
de opmerkelijke conclusie wordt getrokken dat het roken van één joint
gelijkstaat aan 1,1 promille: ruim tweemaal de toegestane hoeveelheid alcohol.
De uitkomsten van het onderzoek zijn voor de politie Twente aanleiding
de komende tijd regelmatig drugstesten onder automobilisten uit te voeren.
Verdovende
middelenonderzoek richt zich niet alleen op de verdovende middelen zelf, maar
ook op alle andere stoffen die in en rond de drugsscene voorkomen of daar een
relatie mee kunnen hebben: versnijdingsmiddelen, vervalsingen, veel gebruikte
medicamenten, ‘smart products’ en de grondstoffen, waaruit verdovende middelen
gemaakt worden.
Een
belangrijk onderdeel is het onderzoek aan materialen, meestal poeders, waarvan
wordt vermoed dat het een verdovend middel betreft. De belangrijkste
voorbeelden uit deze groep zijn cocaïne, heroïne, amfetamine en ‘ XTC’
-tabletten. Met een screening met behulp van kleurtesten krijgt de onderzoeker
een eerste indicatie of het verdovende middel wel of niet aanwezig kan zijn.
Daarna kan hij met geavanceerde analytisch-chemische apparatuur de aanwezigheid
van zo'n verdovend middel met volstrekte zekerheid aantonen.
Hieronder
vallen verschillende soorten onderzoek:
Bij
gehaltebepaling is de vraag hoeveel van een bepaalde stof nu feitelijk in het
materiaal zit, ofwel een vraag naar de sterkte,of dosis van het bewuste
materiaal. Deze vraag kan om meerdere redenen interessant zijn:
Het NFI
doet dit onderzoek om een veronderstelling over relaties tussen partijen drugs,
of tussen dealer en klant, te ondersteunen. Zo'n vergelijkend onderzoek behelst
een uitgebreide en nauwkeurige analyse van een groot aantal eigenschappen.
Naast de aard en concentratie van de hoofdcomponent kijkt de onderzoeker naar: